Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type
Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type
Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Neusbiopsie

Bij een neusbiopsie wordt eerst met een neusendoscoop gekeken waar de ontsteking zit. Een neusendoscoop is een smalle starre buis, voorzien van diverse lenzen, waarmee de KNO-arts goed in de neus kan kijken. Voordat een neusendoscopie wordt uitgevoerd, wordt de binnenkant van de neus plaatselijk verdoofd. Dit wordt gedaan met neuswatjes, dunne strookjes die gedrenkt zijn in een oplossing die plaatselijk verdooft. Daarna kan de neus met de endoscoop worden onderzocht. Tijdens de neusendoscopie wordt met een dunne buis slijm weggezogen. Als bepaald is waar de ontstekingen zitten, kan er op die plaats een biopt genomen worden. Aan de endoscoop zit namelijk een mechanisme, waarmee de specialist een klein stukje weefsel uit de binnenwand van de neus kan halen.

Huidbiopsie

De huidbiopsie is het eenvoudigst en het minst belastend voor de patiënt. Op de plaats van de huidontsteking (bijvoorbeeld een rode plek op de huid) wordt een klein stukje huid weggenomen. Dat gebeurt met een klein soort "appelboortje" onder plaatselijke verdoving. Omdat het een kleine ingreep is, kan dit poliklinisch gebeuren.

Longbiopsie

Wanneer een longbiopt wordt genomen, wordt eerst een bronchoscoop ingebracht bij de patiënt. Dit is een flexibele buis, voorzien van lenzen, die via de mond en de luchtpijp naar de longen wordt gebracht. Door de bronchoscoop kan men dan zien waar de ontstekingen zitten. Ook aan deze bronchoscoop zit een mechanisme, waarmee de specialist een klein stukje uit de longen kan halen en mee naar buiten kan nemen.

Ook een longbiopt kan soms poliklinisch genomen worden. Het biopt wordt dan 's ochtends genomen, waarna de patiënt in de dagopname nog gecontroleerd wordt of de longbiopsie nog tot complicaties heeft geleid (zoals een nabloeding). Als alles in orde is kan hij aan het eind van de dag weer naar huis. Maar vaak zal er ook gekozen worden voor een korte ziekenhuisopname, om te zorgen dat er zich géén complicaties voordoen.

Nierbiopsie

Een nierbiopt wordt genomen met een lange naald, die door de huid de nier bereikt. Met behulp van een echoapparaat wordt tijdens het nemen van het biopt gecontroleerd waar de naald zit. Aan het eind van de naald zit ook weer een appelboormechanisme, waardoor een klein stukje nierweefsel mee naar buiten wordt genomen. Een nierbiopsie wordt gedaan onder (plaatselijke) verdoving. De patiënt wordt kort in het ziekenhuis opgenomen, om zeker te zijn dat er zich géén complicaties voordoen, zoals nabloedingen.

De analyse van het biopt door een patholoog

Het weefselstukje - het biopt - wordt in het laboratorium ingebed in een doosje met vloeibare paraffine. Dat is dezelfde stof waar ook kaarsen van gemaakt worden. Daarna wordt het geheel gehard. Zo wordt het mogelijk om er uiterst dunne plakjes vanaf te snijden. We hebben het dan over bijvoorbeeld een dikte van een micrometer (1/1000 millimeter dik). Die weefselplakjes worden op een glazen plaatje geplakt en met speciale kleurstoffen bewerkt. Daarna gaat de patholoog het geheel onder een microscoop bekijken. Een patholoog is een arts die gespecialiseerd is in het (meestal microscopisch) onderzoek van weefsel op allerlei bijzonderheden. Zo kan aan de hand van biopsien of bij operaties verwijderd materiaal de aard van een ziekte worden vastgesteld, of na overlijden een doodsoorzaak.

Omdat het plakje weefsel zo flinterdun is, valt het licht van de microscoop er makkelijk door. Door de kleurstoffen die aan het plakje zijn toegevoegd kan de patholoog de structuren van de bloedvaatjes in het weefsel goed herkennen. Bij systemische vasculitis wordt met name gekeken naar afwijkingen in de bloedvatwanden zoals ontstekingen en naar granulomen (ophopingen van witte bloedcellen).

Wanneer er in een biopt geen ontstekingen of granulomen worden gevonden, wil dat nog niet zeggen dat er geen sprake is van een vasculitis. Het is namelijk niet altijd goed te zien op welke plek men een stukje weefsel moet wegnemen. Daardoor loop je de kans dat net niets te zien is in het stukje dat is weggenomen en vaak moet er dan een nieuwe biopsie plaatsvinden.

Bron: De oorspronkelijke tekst van dit artikel is geschreven voor de documentatiemap van de Vasculitis Stichting en tot stand gekomen in samenwerking met de Ruprecht-Karls-Universität Heidelberg en de Deutsche Nierenstiftung.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 27 maart 2013

OVERIGE TESTEN