Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type
Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type
Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Röntgenonderzoek

Het meest gebruikte röntgenonderzoek is de röntgenfoto van de borstholte (de thoraxfoto). Een röntgenfoto van de borstholte wordt meestal van twee verschillende richtingen genomen. Vaak wordt de foto bijvoorbeeld van voren en van opzij genomen. De specialist kan dan het hele gebied goed overzien. Zo kan hij de plaats van de afwijkingen makkelijker vinden. Op de thoraxfoto kan meteen worden beoordeeld of en in hoeverre de longen door de vasculitis zijn aangedaan. Ook is te zien hoe het staat met de organen in de omgeving van de longen, zoals het hart, de luchtpijp of de slagaderen.

Op een thoraxfoto is zichtbaar of er granulomen in de longen aanwezig zijn. Ook de mate van ontsteking van de longen is goed te zien als een witte sluier over de longen. De beenderen in het longgebied kunnen op de thoraxfoto beoordeeld worden, zoals de ribben, het borstbeen of het schoudergewricht. Dit kan van belang zijn bij reumatische afwijkingen als gevolg van de vasculitis. Soms worden daarom ook röntgenfoto's gemaakt van andere lichaamsdelen, zoals armen en benen of de gewrichten.

Vroeger mocht er niet te vaak een röntgenfoto gemaakt worden in verband met het stralingsrisico en daarmee het verhoogde risico op kanker. Ondertussen is de techniek zover voortgeschreden, dat men met heel weinig röntgenstraling al een scherpe foto kan maken. Daarom kan, als bijvoorbeeld de longen aangedaan zijn geweest door vasculitis, zonder veel risico bij controlebezoeken nog eens een extra röntgenfoto van de borstholte gemaakt worden.

Angiografie

De angiografie is een bijzondere vorm van het maken van een röntgenfoto die vooral wordt gebruikt bij het bekijken van de bloedvaten. Bij een angiografie wordt meestal eerst een contrastmiddel in het bloedvat ingebracht via een katheter. Een katheter is een dun buisje dat als een naald in het bloedvat wordt ingebracht. Daarna worden er röntgenfoto's van de bloedvaten gemaakt.

Angiografie is vooral geschikt voor het opsporen van trombose (kleine bloedstolseltjes in de bloedvaten) en van vernauwingen of uitstulpingen (aneurysma) van bloedvaten in de hersenen, rond het hart of in de armen of benen. Met een angiografie kan bijvoorbeeld worden vastgesteld of het gaat om een arteriosclerose (aderverkalking) of om een aderontsteking zoals systeemvasculitis.

Computertomografie (CT-scan)

Computertomografie, beter bekend als de CT-scan, is ook een röntgenologisch onderzoek. Het onderzoek wordt gebruikt om heel precies de afwijkingen en schade in organen en holten in het lichaam te kunnen vaststellen. Hierbij worden er snel achter elkaar digitale röntgenfoto's gemaakt. Eigenlijk wordt steeds een plakje van 1 tot 10 millimeter dikte van een orgaan of een lichaamsholte gefotografeerd. Er worden zo van eenzelfde orgaan enkele tientallen doorsneden gemaakt. Die beelden worden in de computer opgeslagen. De doorsneden samen geven op het scherm een driedimensionaal beeld van het orgaan.

Zo is precies te zien waar een afwijking of schade aanwezig is. De CT-scan kan worden gebruikt voor het beoordelen van de hersenen en van organen als de longen, de nieren of de lever.

Omdat de CT-scan aanzienlijk duurder is dan een gewone röntgenfoto, wordt deze techniek alleen gebruikt in ernstige gevallen of als normale röntgenfoto's geen uitsluitsel kunnen geven of niet gebruikt kunnen worden.

Om de digitale foto's nog helderder te maken wordt vaak nog een contrastvloeistof in een ader in de arm ingespoten. Sommige mensen (minder dan 1% van de patiënten) zijn allergisch voor zo'n contrastvloeistof. Als dat al bekend is van eerdere onderzoeken, dan kan vaak een anti-allergicum ingespoten worden. Dit voorkomt dat de allergische reactie optreedt.

Bij GPA (Granulomatose met PolyAngiitis - vroeger de ziekte van Wegener genoemd), EGPA (het Churg-Strauss syndroom) en microscopische polyangiïtis (MPA) wordt de CT-scan nog wel eens gebruikt om kleine veranderingen of schade aan het longweefsel op te sporen die op een gewone röntgenfoto niet te zien zijn.

Echografie

Bij echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven. Uit de praktijk kennen we het vooral van prenataal onderzoek. Via een apparaat worden geluidsgolven op het te onderzoeken orgaan gericht. De geluidsgolven worden weerkaatst door het weefsel en weer opgevangen. Het resultaat is dat je een beeld van het orgaan op een beeldscherm kunt bekijken. Echografie is vooral geschikt voor onderzoek van de organen in de buik (nieren of lever bijvoorbeeld). Je kunt met echografie onder meer een nierontsteking als gevolg van een systeemvasculitis ontdekken. Ook de grote aderen kunnen met echografie goed bekeken worden.
Zo kun je een aneurysma (een verwijding van een ader) op deze manier goed zien. En dat geldt ook voor de gewrichten. Het grote voordeel van echografie boven röntgenfoto's is dat je ze zo vaak als gewenst kunt uitvoeren. De geluidsgolven zijn namelijk niet schadelijk. Met een echografie kun je echter niet het onderscheid zien tussen aderverkalking of een bloedvatontsteking als gevolg van een vasculitis. Dan moet er toch weer een angiografie (röntgen-onderzoek) uitgevoerd worden.

Magnetic resonance imaging (MRI)

De MRI-scan of kernspintomografie is op dit moment de beste methode voor het bekijken van het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggemerg), het aangezicht (neusholte, bijholten, oogkassen), de spieren, het skelet.

Een MRI-scan werkt, zoals de naam het al zegt, met een magnetische golf.

Deze wordt op een orgaan gericht. Het magnetisch veld van de atomen in het weefsel van het orgaan verandert daardoor,en dat kun je meten. Het signaal dat je terugkrijgt kun je vervolgens als een foto van het orgaan in een computer vastleggen. Bij het vasculitisonderzoek kan de MRI-scan vooral goed gebruikt worden bij het beoordelen van de schade in het keel, neus en oorgebied (het KNO-gebied).

Ook kunnen veranderingen in de hersenen of spieren als gevolg van de systeemvasculitis opgespoord worden. Deze bleven tot nu toe vaak onontdekt omdat er géén goede diagnosetechnieken beschikbaar waren. Als de precieze plaats van de vasculitis gelokaliseerd is, kan men vervolgens een biopt nemen om de diagnose definitief te stellen, want dat kan alleen met een onderzoek aan het weefsel zelf.

De MRI-scan maakt de trefkans van het nemen van een biopt veel groter, er hoeft niet 2 of 3 keer een biopt genomen te worden.

De MRI-scan kan ook goed gebruikt worden voor het onderzoek van de organen in het bekken of van de grote aderen.

Ook bij de MRI-scan wordt vaak een contrastmiddel (Gadolinium) ingespoten om het beeld helderder te krijgen. Bij dit contrastmiddel is over het algemeen weinig risico op een allergische reactie.

NB
Mensen die een pacemaker hebben, mogen niet met een MRI-scan onderzocht worden. Want de magnetische golf die in de MRI-scan
gebruikt wordt kan de pacemaker ontregelen of zelfs helemaal laten ophouden.

Bij mensen met kunstledematen of metaalimplantaten (bijvoorbeeld metalen pennen i.v.m. een ernstige botbreuk) werkt een MRI-scan minder goed. Alleen als een MRI-scan gemaakt wordt van een gebied dat wat verder weg ligt van het implantaat, geeft de MRI-scan een goed resultaat.

OVERIGE TESTEN