STICHTING
HELP ONS
HELPEN
| werkzame stof: | Mycofenolaat Mofetil | |
| merknaam: | CELLCEPT | |
| andere merken: | ||
| Leverancier: | Roche | |
| bijsluiter | |
Inleiding
Mycofenolaat Mofetil, MMF, dat wordt verkocht onder de naam Cellcept® staat voor een nieuw afweeronderdrukkend medicijn dat wereldwijd met succes wordt gebruikt om afstotingsreacties na een hart- of niertransplantatie te voorkomen. Het eigen afweersysteem van het lichaam (het immuunsysteem) wordt kunstmatig afgezwakt met behulp van medicijnen. Bij auto-immuun-ziekten worden door een foute werking van het afweersysteem (of immuunsysteem) onderdelen van het eigen lichaam aangevallen door dat afweersysteem. Dan kan een middel worden voorgeschreven dat het afweersysteem wat afzwakt. Omdat het middel zo goed werkt bij transplantaties, verwacht men dat het ook goed kan werken bij systeemvasculitis.
Werking
De ontwikkeling van MMF is gestart door de Engelse farmacoloog A.C. Allison, die voor ogen had een afweer-onderdrukkend medicijn te ontwikkelen dat niet het hele immuunsysteem zou remmen, maar alleen de aanmaak van lymfocyten (afweercellen).
MMF remt de groei van lymfocieten selectief af. Dat wil zeggen dat het daar werkt waar het nodig is en de andere processen in het lichaam niet verstoort. Dit verklaart waarom MMF de afweer kan onderdrukken en toch door veel patiënten goed kan worden verdragen. Verder is uit grote transplantatieonderzoeken gebleken dat MMF een sterkere werking heeft dan azathioprine (Imuran®). De sterkte van de werking van MMF ligt ergens tussen cyclofosfamide (Endoxan®) en azathioprine (Imuran®) in.
Toelichting
Lymfocyten (T- en B-cellen) zijn afweercellen, die aan stukjes van ziekteverwekkers (zogeheten antigenen) kunnen ‘zien' dat het niet om een lichaamseigen stof gaat, maar om een indringer van buiten. Als die lymfocyten niet goed geprogrammeerd zijn, dan zien ze lichaamseigen stoffen aan voor een ziekteverwekker. Ze starten als reactie daarop een ongewenste immuunreactie, de auto-immuunreactie.
Normaal gesproken geven de lymfocyten in samenwerking met speciale vreetcellen (neutrofiele granulocyten en monocyten) de aanzet tot een doelgerichte immuunreactie. Dit leidt tot de vorming van specifieke antilichaampjes (immuunglobulinen) en van T-killercellen (die gif in de ziekteverwekker kunnen spuiten). De ziekteverwekker kan daardoor effectief bestreden worden.
Voor een goede immuunreactie is het nodig dat de lymfocyten zich snel vermenigvuldigen, als ze een ongewenste indringer gesignaleerd hebben. Dit doen ze door celdeling. Daarbij wordt telkens de totale genetische informatie, die in de celkern als DNA is opgeslagen, op de nieuwe cel overgedragen.
Om die kopie van de genetische code (het DNA) te kunnen maken, zijn er bouwstenen voor het DNA nodig, de zogenaamde nucleotiden. Zonder nucleotiden is de celdeling niet mogelijk. Eén van die nucleotiden is GMP (guanosinmonofosfaat, dat de basis is voor de code G = guanine in het DNA ). Wat MMF (Cellcept®) nu doet is dat het de productie van GMP remt.
Het merendeel van de cellen in ons lichaam kunnen GMP uit de voorraden in het lichaam halen, en kunnen zich dus blijven delen. Maar lymfocyten kunnen dit niet, die moeten telkens zelf GMP produceren om zich te kunnen delen. En omdat MMF het de lymfocyt onmogelijk maakt om GMP te maken, is het een erg selectief medicijn dat alléén de groei van de lymfocyten afremt. En daarmee wordt de immuunreactie geremd en dus ook de auto-immuunreactie.
Toediening
De gebruikelijke dosis van MMF ligt voor een volwassen op 2000 mg per dag. Deze dosis wordt in 2 keer ingenomen, met een tussenpauze van 12 uur. In het uitzonderlijke geval dat een patiënt er wat minder goed tegen kan, wordt de dosis gereduceerd tot 1500 of 1000 mg per dag. Slechts incidenteel wordt een hogere dosering van 2x1500 mg gebruikt.
Bijwerkingen
De bijwerkingen die beschreven zijn in het kader van een aantal grote klinische studies rond transplantaties bij mensen die MMF gebruikten, zijn: